Controlemechanismen worden steeds belangrijker, maar wat heeft dit voor gevolgen voor de kwaliteit van de zorg?

De kop van dit artikel heeft de volgende redenen;

  1. Verzekeraars en de overheid willen steeds meer controle over de uitgaven die zij doen.
  2. Praktijken groeien steeds meer in omvang, waardoor het overzicht en de controle steeds lastiger worden.
  3. De visie op het controlemechanisme is vaak éénzijdig. We kunnen constateren dat dit (voornamelijk) een negatieve impact heeft op de kwaliteit van de geleverde zorg.

Onder controlemechanismen in zorginstellingen vallen technieken en routines, zoals protocollen en checklists, om het gedrag van (tand)artsen en assistentes op een effectieve wijze te monitoren.

Met gedrag van artsen wordt in ieder geval gedoeld op de activiteiten die vallen onder het verlenen van medische zorg. Bij assistentes gaat het bij gedrag om de werkzaamheden die zij verrichten rondom de behandeling. Controlemechanismen zijn er dus op gericht de kwaliteit van de zorg te borgen en te controleren.

Zoals ik in een eerder artikel heb besproken, is de kwaliteit binnen de zorg voor de patiënt grotendeels te zien vanuit een subjectief perspectief. Het controlemechanisme heeft voornamelijk dus als doelstelling het kwaliteitsmanagement te ondersteunen en inzicht te geven in onderdelen waar verbeteringen zijn te realiseren.

Deze controlemechanismen, vaak terugkerend als een protocol of checklist, hebben ook het doel om overheidsuitgaven/kosten via de verzekeraar te kunnen controleren.  Artsen dienen verantwoording te kunnen afleggen over elke financiële uitgave omtrent de verleende medische zorg  en moeten in toenemende mate hun uitgaven beperken.

Dit betekent concreet dat de arts- naast de verantwoordelijkheid om de patiënt goede zorg te verlenen- ook de verantwoordelijkheid heeft de uitgaven zoveel mogelijk te beperken. Een (tand)arts zal dus naast de rol van zorgverlener ook de rol van manager gaan krijgen. Dit verschijnsel zal de komende jaren alleen nog maar gaan toenemen.

Zo wordt er bijvoorbeeld in veel ziekenhuizen al geconstateerd dat van elk uur dat men aan patiëntenzorg besteedt, er twee uur besteed worden aan administratieve werkzaamheden..

Hierdoor onderstaat een duidelijke tegenstrijdigheid tussen controlemechanismen en kwaliteit in de zorg.

Waar artsen voorheen voornamelijk bezig waren met patiëntenzorg en de afhandeling hiervan, krijgen ze tegenwoordig, mede door de extra taken van het financiële beheer, steeds vaker te maken met protocollen en checklists. Ze moeten bijvoorbeeld informatie over de kosten van de verleende zorg delen met collega’s en de overheid, bijvoorbeeld via declaraties bij de zorgverzekeraar. Een gevolg hiervan is dat artsen steeds meer te maken krijgen met administratieve werkzaamheden. Ze lijken hierdoor een afweging te moeten maken tussen het besteden van hun tijd aan administratie òf aan patiëntenzorg.

Enerzijds lopen artsen zo het risico dat informatie bijvoorbeeld niet goed wordt overgebracht aan collega’s, wanneer zij te weinig tijd aan de administratieve werkzaamheden besteden. Anderzijds kunnen artsen minder zorgdragen voor patiënten als zij meer administratieve werkzaamheden uitvoeren.

Het gevolg van controlemechanismen kan dus zeer negatief uitpakken wanneer er wordt gekeken naar de kwaliteit van de geleverde zorg. Zoals bekend staan de tarieven voor de behandelingen voortdurend onder druk,  er wordt gewerkt met supervisie modellen waar de arts minder tijd heeft voor de patiënt en er vindt voortdurend taakherschikking plaats. Dit alles kan resulteren in een toename van het aantal fouten binnen de zorg.

Vanuit deze optiek wordt het doel (kwalitatieve zorg verlenen aan de patiënt) ondergeschikt aan het middel (het controlemechanisme).

Dit is natuurlijk een onwenselijke zaak, maar wanneer er niet goed wordt omgegaan met de veranderingen binnen de zorgbranche, wel het geval.

Idealiter zouden controlemechanismen een middel moeten zijn om kwalitatief goede zorg te bereiken, vanuit de optiek van de (tand)arts èn van de patiënt. Ze bieden namelijk de structuur die kan resulteren in kostenbesparingen en een positieve bijdrage kan leveren aan de zorg.

Dit zien we terug bij de Richtlijnen die worden geschreven vanuit het Kennis Instituut Mondzorg (KIMO) of bij andere verenigingen die richtlijnen voor behandelingen schrijven. Ze hebben als doel de arts de juiste structuur te bieden.

‘De behandelaarsoptiek’ is niet het enige waar rekening mee moet gehouden moet worden. Een groeiende praktijk krijgt steeds meer randwerkzaamheden zoals: protocollen, checklists, etc.… Dit alles kan snel overslaan in een ‘vinkjescultuur’, waardoor u als manager nog steeds niet de inzichten hieruit haalt.

Wij zien steeds meer verschillende manieren waarop praktijken gestroomlijnde processen en verbeteringen in kwaliteit proberen te realiseren, de één effectiever dan de ander. Maar bij bijna alle praktijken is het gevolg: nog meer papieren mappen vol met allemaal zeer waardevolle documentatie.

Hierbij raakt men vaak het overzicht kwijt, waardoor het middel (de controlemechanismen) voorbijgaat aan het doel; het stroomlijnen van processen en het verbeteren van de kwaliteit.

Wij als DentalRules geloven erin dat u met onze ‘automatiseringsslag’ d.m.v. software en door het  digitaal opslaan op één plek, in combinatie met de juiste begeleiding, overzicht krijgt. U kunt sturing  geven op de juiste informatie en u bent verlost van al die overvolle mappen met vaak dubbele of onnodige documentatie.

DentalRules blog

Vorig bericht
Waarom DentalRules binnen 1,5 jaar een geheel nieuw programma lanceerde…
Volgend bericht
DentalRules op de DentalExpo
Menu