Titelvoering binnen mondzorg

Afspraken waar u rekening mee moet houden

Vanaf 1 juli 2017 is de Inspectie voor de Gezondheidszorg op fout titelgebruik gaan handhaven. In het begin van 2017 hebben de KNMT, de ANT, de NvVO en de OVAP afspraken gemaakt met elkaar. Met deze afspraken proberen zij pseudo benamingen te voorkomen. Bij het niet nakomen van de afspraken, kan de inspectie direct een boete opleggen.

Verwarring en onduidelijkheden voor patiënten

Vóór 2017 waren er nog geen landelijke afspraken. Hierdoor ontstonden verwarring en onduidelijkheden bij patiënten. Tandartsen gebruikten bijvoorbeeld de volgende titels: orthodontoloog, orthodontist, beugelspecialist en orthodontisch specialist. Dit zijn misleidende benamingen. Het lijkt namelijk alsof de tandarts een orthodontist is. De titels die hierboven staan, zijn nu verboden om te gebruiken voor tandartsen.

De afspraken

De volgende gedragsregels zijn opgesteld (Bron: KNMT):

  • Tandartsen die (vooral) orthodontie bedrijven, maar niet specialist orthodontie zijn, zullen zichzelf vanaf heden uitsluitend aanduiden als: ‘tandarts voor orthodontie’.
  • Bij iedere vorm van publiciteit voor de praktijk en/of daarin werkende behandelaar(s), dus zowel op de website, op alle briefpapier en overige correspondentie de praktijk betreffende, zal uitdrukkelijk vermeld worden of het om een tandarts(en)- dan wel orthodontist(en)praktijk gaat.
  • Bestaande praktijknamen (eigennamen) hoeven niet te worden veranderd, mits de vorige regel in acht wordt genomen.
  • Tandartsen die hun vaardigheden nader willen aanduiden, dienen voortaan de omschrijving: ‘tandarts die zich heeft toegelegd op orthodontie’ te gebruiken.
  • De termen ‘…gespecialiseerd in….’, ‘…met specialisatie in …’ of ‘…specialist in…’ zijn als aanduiding, in beroepsmatig verband, ook in de huidige Wet BIG al voorbehouden aan diegenen die een in Nederland erkende titelregistratie als orthodontist hebben, en daarom niet toegestaan voor gebruik door algemeen practici.
  • De titel ‘orthodontist’ is wettelijk beschermd en voorbehouden aan diegenen die zijn ingeschreven in het register bij de RTS. Aan alle anderen, waaronder de algemeen practici, is het in Nederland verboden deze titel te voeren, ook indien zij in sommige landen buiten Nederland gerechtigd zouden zijn deze titel wel te voeren.
  • Het gebruik van alle aanduidingen die de suggestie wekken dat de patiënt met een orthodontist van doen heeft, zijn evenmin toegestaan. Voorbeelden daarvan zijn: orthodontoloog, orthodont, orthodent, beugelspecialist, orthodontisch specialist, ortholoog, orthodentist, tandarts-orthodontist, tandarts speciaal voor orthodontie, etc.
  • Het gebruik van buitenlandse, maar niet in Nederland erkende titels wordt door alle de beroepsgroep vertegenwoordigende organisaties beschouwd als uiterst verwarrend voor de patiënt/consument en is daarom, als solitaire aanduiding, niet toegestaan. Wel is het toegestaan om gevolgde (al dan niet buitenlandse) cursussen en opleidingen in de orthodontie te vermelden, maar dan uitsluitend met de toevoeging: ‘extra opleiding, niet leidend tot een in Nederland erkende specialisatie’.
  • Iedere tandarts/orthodontist die zich met orthodontistische behandelingen bezighoudt, is zelf eindverantwoordelijk (en daarmee aansprakelijk) voor de wijze waarop zijn/haar professionele status in welke vorm dan ook naar buiten wordt gebracht, ongeacht de organisatievorm waarbinnen hij/zij de werkzaamheden verricht.

Wanneer zijn de regels actief en voor wie?

De bindende gedragsregels zijn vanaf 31 januari 2017 over heel Nederland actief. De gedragsregels gelden voor alle tandartsen en orthodontisten in Nederland.

DentalRules blog

Volgend bericht
Waar let de inspectie (IGZ) in het bijzonder op?
Menu